Eczeem

Eczeem (roodheid, schilfering, blaasjes, bultjes)

Eczeem is een aandoening van de oppervlakkige huidlagen die zich, in verschillende vormen, zowel chronisch als acuut kan manifesteren.

Eczeem kan worden veroorzaakt door:

• prikkeling van chemische stoffen op de huid
• hitte
• zonlicht
• besmetting
• immunologische oorzaken
• gebruik van medicijnen
• inwendige ziekteoorzaken

Advies (wij hebben goede ervaring met de volgende producten, maar het is altijd beter om dit onder begeleiding te doen):

• Aloë (Muco van Ortholon)
• Brandnetel / urtica
• Greens (Living Fytomins van Ortholon)
• Omega-3 van Puro

Het lijf moet altijd ontgift worden, voeding is zeer belangrijk. Volgens de Chinese Geneeskunde moet je echt alle producten die hitte veroorzaken (en dus huidklachten) uit de voeding halen.

Denk aan:

• Vermijden van Suiker, cola en/of alle dranken met suiker of kunstmatige suikers
• Vermijden van Koffie
• Vermijden van Vlees
• Verder dient de voeding een basisch overschot te geven
• Voldoende meervoudig onverzadigde vetzuren gebruiken
• zwavel (bijvoorbeeld in de vorm van eieren) is belangrijk
• Het gebruik van synthetische kledingstukken moet worden ontraden. Let op waspoeder als eventuele veroorzaker van atopisch eczeem
• Gebruik van PABA-bevattende huidcrème wordt aangeraden.

Eczeem is een van de meest voorkomende huidaandoeningen. Eczeem, of atopische dermatitis, maakt deel uit van de 'atopische triade', een groep aandoeningen waartoe onder meer allergieën en astma behoren.

In Nederland heeft bijna 10 procent van de schoolgaande kinderen in meer of mindere mate last van eczeem, gepaard gaande met roodheid en schilfering van de huid en vaak hevige jeuk. Over de oorzaak is weinig bekend, maar steeds meer onderzoekers zijn ervan overtuigd, dat vérgaande hygiënemaatregelen kinderen bevattelijker maken voor eczeem. Onderzoek in deze richting is gebaseerd op de veronderstelling, dat ons streven naar hygiëne en vergaande bescherming van onze kinderen tegen vuil en ziekteverwekkers er niet alleen voor zorgt dat bepaalde ziekten niet tot ontwikkeling kunnen komen, maar ook dat het immuunsysteem minder goed in staat is om op de juiste wijze te reageren op infectie en andere stimuli.

Bekend is dat de voeding die het kind in de eerste levensmaanden krijgt de kans op allergische aandoeningen kan beïnvloeden. Dit kan samenhangen met het feit dat de darm van het kind in deze periode (nog) verhoogd doorlaatbaar is voor niet volledig verteerde eiwitten en dat ook het afweersysteem nog in ontwikkeling is. Hierdoor leidt koemelk bij kinderen regelmatig tot klachten, waaronder huidproblemen. Borstvoeding is de beste voeding voor een baby!

Gebruik vooral veel verse groenten en fruit, deze bevatten de noodzakelijke vitaminen en vezels.

Beperk het gebruik van suiker, honing, graanstropen en andere zoetmiddelen. Ook suikerrijke producten en geraffineerde suikers kunnen het beste zoveel mogelijk vermeden worden. Deze voedingsmiddelen leveren nauwelijks belangrijke voedingsstoffen.

De darmen spelen een belangrijke rol bij de huid. Het verbeteren van de darmflora is dan ook een eerste voorwaarde bij de behandeling van huidproblemen.

Eczeem kan ontstaan als gevolg van een allergische reactie op voeding. Het is dus verstandig om te achterhalen of er sprake is van een voedselallergie.

Nylon, bepaalde kleding, huisdieren, shampoo, stof en zweten kan eczeem verergeren.

Algemene supplementen bij Eczeem:

  • Pre en probiotica (verschillende stammen): vermindert eczeem en verbetert de huidimmuniteit, versterkt darmflora, 1 a 2 x per dag 1 capsules Flora & Vezels van Puro.
  • Omega-3 vetzuren: vermindert de ernst van eczeem. 1 of 2 capsules per dag in de ochtend van Puro of Ortholon.
  • Zink (citraat of methionine): helpt het vetzuur linolzuur om te zetten naar gamma linoleenzuur. 1 x per dag 1 capsules van Ortholon of Puro.

Eczeem (roodheid, schilfering, blaasjes, bultjes)

  • MSM
  • zink
  • Vitamine E
  • PH
  • Jodiol

Eczeem (constitutioneel)

Eventuele voedselveroorzakers:

  • Producten: pinda’s, soja, erwten, varkensvlees, rundvlees, vis, melk, citrusvruchten, tomaten, peper, noten, mais, tarwe, garnalen, ei, cacao produkten.

Eczeem (contact)

Eventuele voedselveroorzakers:

  • Stoffen: benzoaten, gist, penicilline, nikkel
  • Producten: ananas, abrikozen, bananen, bessen, citrusvruchten, kersen, mango’s, vijgen, bonen, erwten, andijvie, artisjokken, asperges, komkommers, knoflook, cayennepeper, uien, bieslook, prei, wortelen, pastinaak, peterselie, selderij, sla, tomaten, gember, mosterd, foelie, piment, melk, tarwe, mais, ei, vis, rundvlees, kippenvlees, karnemelk, kwark, yoghurt, kaas, alcoholhoudende dranken. Erytheem (rode huid)

Erytheem (rode huid)

Eventuele voedselveroorzakers:

  • Stoffen: Histamine, tartrazine, nikkel, salicylaten.
  • Producten: Bessen, aardbeien, abrikozen, ananas, dadels, duiven, frambozen, pruimen, rozebottels, witlof, augurken, komkommers, amandelen, yoghurt, alcoholhoudende dranken, kaas, zuurkool, tomaten in blik, worst, sardines, haring, makreel, tonijn, karwij, mosterd, varkensvlees, granen (tarwe), garnalen, krab, pinda’s, eigeel.

Grove porien

  • Celzout 8

Algemeen overige

Tevens is het raadzaam om dagelijks vitamine C in een gebufferde vorm te gebruiken waar de mineralen zink, koper en mangaan aan toegevoegd is.

Eczeem is een oppervlakkig teken dat er iets fout loopt met de afweer van het lichaam. Meestal gaat het om een aangeboren afwijking, maar omgevingsfactoren spelen een grote rol. Stress, zweten, snelle veranderingen in de temperatuur, detergenten, oplosmiddelen, wol, synthetische kledij, stof, zand, henna tatoeages, tabaksrook en luchtvervuiling: dit is maar een kleine greep van factoren die eczeem uitlokken.

Eczeem kan ook het gevolg zijn van een voedselallergie, denk maar aan allergie voor eieren, melk, vis, soja en gluten.

Eczeem

Eczeem (Latijn: dermatitis) betekent niets meer dan een ontstekingsreactie van de huid. Eczeem kan op alle leeftijden voorkomen, maar wordt het meest gezien bij jonge kinderen. Kleinere of grotere delen van de huid zijn rood en ontstoken, soms schilferig. De naam eczeem zegt niets over de oorzaak. Meestal is deze onbekend en wordt het beeld constitutioneel (‘aangeboren’) eczeem genoemd. Soms is een allergie voor stoffen waarmee de huid in aanraking komt de oorzaak: men spreekt dan van contacteczeem. Eczeem is één van de onderdelen van de atopische driehoek, naast allergieën en astma/bronchitis, zo genoemd omdat deze factoren vaak voorkomen. Individuele, erfelijk bepaalde factoren spelen een hoofdrol bij het ontstaan van dit ziektebeeld.

Hoe eczeem voorkomen en behandelen?

Bij eczeem is voorzichtigheid bij het baden geboden. Vermijd zeep en andere irriterende producten. Gebruik een eenvoudige, natuurlijke en zachte zeep zonder kleurstoffen of parfums. Mensen met eczeem hebben heel vaak een droge huid, dan is een vocht inbrengend huidproduct nuttig. Droog je na het wassen niet te ruw af. Een bad met (colloïdaal) haver of met baksoda kan verzachtend werken. Elke dag een bad nemen is niet raadzaam, probeer het te doen met een korte douche.

Een koude kompres of kompressen met kamillethee, teunisbloemolie of bernagieolie worden ook vaak gebruikt.

Lichttherapie is een veilige therapie. Het eenvoudigst is gewoon de zon opzoeken, maar met zonnebanken laat je systematisch je huid belichten met uvB. Wees matig met zonlicht en zonnebanken; overdaad versnelt huidveroudering!

Eczeem komt steeds vaker voor in westerse landen, maar ook in landen waar er een toenemende modernisering aan de gang is. Mogelijk wordt het immuunsysteem op een slechte manier gevormd vlak na de geboorte door de moderne manier van leven.

Zowel probiotica als prebiotica hebben een gunstige werking op het immuunsysteem.

De Panda Studie

Probiotica verminderen de kans op eczeem. Allergische aandoeningen zijn het gevolg van een dysbalans in het immuunsysteem. Er bestaan tal van aanwijzingen dat bepaalde probiotica de kans op het ontwikkelen van zo’n aandoening aanmerkelijk kunnen remmen. De Nederlandse PANDA-studie, waarvan de resultaten binnenkort worden gepubliceerd, bevestigen dat. Het is wel zaak om heel jong te beginnen.

Het verband tussen darmbacteriën en allergie lijkt niet voor de hand liggend. Maar het is logisch als we ons realiseren dat allergie een ongewone reactie is van het immuunsysteem, en dat voor een gebalanceerde ontwikkeling van het immuunsysteem voldoende prikkeling door micro-organismen vereist is. Onderzoek heeft de laatste jaren veel duidelijk gemaakt over de relatie tussen darmbacteriën en het ontstaan van allergie. Zelfs is het mogelijk om door toediening van geselecteerde probiotica de balans tussen darmbacteriën te herstellen en zo het ontstaan van allergie af te remmen. De resultaten van het onderzoek waarin dit wordt aangetoond, de zogenaamde PANDA studie, verschijnen binnenkort in het wetenschappelijk tijdschrift Allergy. In deze Folia geven de onderzoekers een voorproefje van de resultaten.

Voorkomen van allergische ziekten

Astma en andere allergische aandoeningen zijn ziekten van het immuunsysteem. Onder normale, fysiologische condities worden aard, richting en sterkte van een immuunrespons gereguleerd door cytokinen, de hormonen van het immuunsysteem. Er bestaan twee belangrijke groepen, Th1- en Th2-cytokinen, die worden geproduceerd door respectievelijk Th1- en Th2-lymfocyten. Th1-cytokinen, waarvan IL-2, TNF-a en g -interferon de voornaamste vertegenwoordigers zijn, hebben als functie om de cellulaire immuniteit en de werking van macrofagen te versterken. Th2-cytokinen, waaronder IL-4, IL-5 en IL-13, versterken de humorale immuniteit. Naast Th1- en Th2-lymfocyten is er nog een derde celtype: Th17. Deze cellen met een sterk pro-inflammatoir effect produceren het cytokine IL-17. Tijdens iedere immuunrespons zullen er zowel Th1- als Th2-lymfocyten worden geactiveerd in een onderlinge balans. Waarschijnlijk ook Th17-lymfocyten, maar dat is nog niet goed bekend. Die balans wordt gehandhaafd door de activiteit van een vierde type Th-lymfocyten, de zogenaamde regulatoire T-lymfocyt (Treg). Direct na de geboorte helt in het immuunsysteem van de baby de balans tussen Th1 en Th2 richting Th2. Dit wordt veroorzaakt doordat de Th1-cellen nog onderontwikkeld zijn. Het is niet goed bekend waaróm dit zo is, maar het zou te maken kunnen hebben met het voorkómen van immunologische afstotingsverschijnselen tijdens de zwangerschap. Direct na de geboorte wordt het immuunsysteem van de baby blootgesteld aan allerlei (microbiologische) prikkels en dat leidt tot ontwikkeling van Th1-lymfocyten, en als gevolg daarvan tot een betere balans tussen Th1 en Th2. Het probleem: teveel Th2-cytokinen

De afwijkingen van het immuunsysteem die worden gevonden bij allergische ziekten – verhoogde concentraties IgE-antilichamen en toegenomen hoeveelheden eosinofiele granulocyten – zijn terug te voeren op een verhoogde productie van Th2-cytokinen. Blijkbaar is het immuunsysteem niet goed in staat om de balans te handhaven. En inderdaad; bij patiënten met een allergische ziekte wordt een tekort aan regulatoire T-lymfocyten gevonden.

Allergische ziekten kunnen zich op verschillende manieren uiten. Bij jonge kinderen is eczeem de eerste manifestatie van een allergie, later gevolgd door astma en hooikoorts. Deze volgorde van ziekteverschijnselen wordt de allergische mars genoemd.

Astma is ook een ziekte met een sterke genetische component. Een groot aantal genen (GPRA, IL-1RA, TLR2, MCP-1, IL4, TIM, ADAM 33, PHF11), waarvan de meeste betrokken bij regulatie van het immuunsysteem, zijn geassocieerd met astma. De rol van erfelijke aanleg bij het ontstaan van astma komt duidelijk naar voren uit familiestudies. De a-priori kans dat een kind in Nederland een allergische ziekte ontwikkeld is 15%. Maar wanneer moeder en vader, of moeder en een ouder kind uit het gezin een allergische ziekte hebben, is die kans 50-80%. Allergie en astma zijn echter niet alleen genetisch bepaalde aandoeningen; ook de omgeving speelt een belangrijke rol bij het ontstaan van deze ziekten. Eigenlijk zijn het schoolvoorbeelden van gen-omgevingsziekten.

Er zijn ook epidemiologische aanwijzingen voor een rol van de omgeving bij het ontstaan van allergische ziekten die binnen de zogenaamde hygiënehypothese passen. Deze hypothese stelt dat door de toegenomen hygiëne het immuunsysteem onvoldoende microbiologische prikkels ontvangt en zich daardoor niet goed ontwikkelt.

Het begin: dysbalans in darm microbiota

Onderzoek van de darm microbiota van kinderen die later een allergische ziekte gaan ontwikkelen laat verschillen zien met gezonde kinderen. Deze verschillen bestaan met name uit lagere aantallen Lactobacillen en Bifidobacteriën bij allergische kinderen

Hoe kan nu de samenstelling van darm microbiota in verband worden gebracht met regulatie van het immuunsysteem? In vitro, maar ook in vivo, is aangetoond dat geselecteerde probiotische bacteriën in staat zijn om de productie van Th2-cytokinen te remmen. Dit verloopt via versterking van de functie van regulatoire T-lymfocyten. Zo zou dus via beïnvloeding van darmmicrobiota de balans in het immuunsysteem worden aangebracht of hersteld en daarmee een allergische ziekte worden voorkomen.

Onderzoek

Het eerste onderzoek naar een mogelijk beschermend effect van modulatie van darm microbiota op het ontstaan van een allergische ziekte was Marko Kalliomäki. Hij diende Zweedse babies, geboren uit hoogrisico-families, Lactobacillus GG toe. Dit leidde tot een significante vermindering van atopisch eczeem en dit effect houdt tenminste zeven jaar aan. De probiotica werden gedurende het eerste levensjaar gegeven. Er werd geen effect gevonden op het ontstaan van astma. Sinds deze eerste studie zijn er meer onderzoeken geweest, met wisselende uitkomsten. In Duitsland is de studie van Kalliomäki herhaald, eveneens in hoogrisico-baby’s en gebruik makend van dezelfde probiotische bacterie. Hierbij werd echter geen enkel beschermend effect gevonden. De oorzaak hiervan is onduidelijk maar het kan zijn dat de genetische en omgevingsfactoren toch zodanig verschillen dat deze ene bacterie niet ‘universeel’ toepasbaar is.

De opzet van PANDA

Bij de start van ons eigen onderzoek naar probiotica en allergie (Probiotics AND Allergy, PANDA) hebben we eerst in vitro probiotische bacteriën geselecteerd op hun vermogen om de overmatige activiteit van Th2-lymfocyten – de kenmerkende immunologische afwijking bij allergie – te onderdrukken. Na een algemene voorselectie uit 83 stammen zijn uiteindelijk 15 stammen getest. Stammen werden geselecteerd die het best in staat waren om de productie van het Th2-cytokine IL-5 te onderdrukken. Deze onderdrukking bleek te berusten op versterking van de IL-10-productie. De stammen die het best in staat waren om IL-10-productie te induceren hadden de beste IL-5-suppressieve eigenschappen.9,10 Uiteindelijk zijn drie stammen geselecteerd: Bifidobacterium bifidum, Bifidobacterium lactis en Lactococcus lactis. Ze zijn door Winclove BioIndustries verwerkt tot een bacteriemix met de naam Ecologic® Panda*.

Aan de PANDA studie namen 156 moeders met hun kinderen deel. De moeders kregen zes tot acht weken voorafgaand aan de bevalling het probioticum. Na de bevalling kreeg het kind borst- of flesvoeding en gedurende een jaar dagelijks het probioticum (1 x 109 cfu per stam per dag) of een placebo toegediend. De twee groepen werden met elkaar vergeleken om te onderzoeken of de kinderen uit de probioticagroep inderdaad geen of minder klachten van astma of allergie kregen, dan de kinderen uit de placebogroep. De kinderen werden daartoe op de leeftijd van drie maanden, een jaar en twee jaar onderzocht en zullen tot de leeftijd van vier jaar (en mogelijk nog langer) gevolgd worden.

In de kinderen uit de probioticagroep waren de probiotische bacteriën inderdaad in de faeces aantoonbaar, een teken dat de compliance aan de studie goed was. Niet alleen waren de probiotische bacteriën aantoonbaar, ook de samenstelling van de darmmicrobiota als geheel veranderde naar een grotere soortdiversiteit. De probiotica waren ook in staat om de ontwikkeling van het immuunsysteem te moduleren: op de leeftijd van drie maanden was er een lagere productie van IL-5 en IL-13: twee belangrijke Th2-cytokinen. De klinische effecten op het ontstaan van allergische ziekte, zoals eczeem, werd door de ouders bijgehouden in dagboekjes en door de huisarts. Tijdens de klinische evaluaties in het ziekenhuis (op de leeftijd van drie maanden, een jaar en twee jaar) werd de ernst van het eventueel bestaande eczeem gemeten met de zogenaamde SCORAD score.

Effecten op eczeem-ontwikkeling

Door de ouders van 29% van de kinderen uit de placebogroep werd eczeem aangegeven op de leeftijd van drie maanden tegen 12% in de probiotica groep. Uit deze data blijkt dat in de probioticagroep de kans op eczeem significant daalde (58%) ten opzichte van de placebogroep. Niet alle ouders bezochten naar aanleiding hiervan hun huisarts; door een dokter geconstateerd eczeem was 21% in de placebogroep en 6% in de interventiegroep. In de leeftijd van 3-12 maanden en 12-24 maanden nam de incidentie van eczeem in beide groepen toe, maar de verschillen zoals die waren op drie maanden bleven bestaan. Dit effect komt dus in de eerste drie maanden tot stand. De klinische betekenis van het beschermende effect laat zich uitdrukken als ‘number needed to treat’: hoeveel kinderen moeten worden behandeld om één kind met eczeem te voorkomen? Dat getal is 5,9 op drie maanden en op één jaar en 6,7 op twee jaar. Dit laat zien dat een jaar na het staken van de probiotica een nog bijna even sterk effect wordt behouden.

De kinderen uit de PANDA studie zijn nu ruim twee jaar oud, nog te jong om al veel astma te verwachten maar ook te jong om al goed astma te diagnosticeren. In de totale groep hebben nu vier kinderen astma. Over enkele jaren zullen de ouders met hun kinderen terug worden gevraagd in het ziekenhuis om vast te kunnen stellen of dit probioticum in staat is om behalve eczeem ook astma te verminderen.

Het PANDA onderzoek laat zien dat geselecteerde probiotische bacteriën de kans op het ontstaan van eczeem kunnen verminderen. Onderzoek naar de behandeling van allergische ziekten – zoals bestaand eczeem – met probiotica is tot nu toe niet erg succesvol geweest. Het toenemend inzicht in hoe probiotische bacteriën een interactie kunnen aangaan met het immuunsysteem maakt het mogelijk om gerichter de probiotische bacteriën te testen en selecteren. De nauwkeurige analyse van de darm microbiota in de ontlasting van de baby’s – op een, twee en drie weken en een, twee en drie maanden – laat zien dat succesvolle verandering van de darm microbiota in de eerste maand geassocieerd is met bescherming tegen eczeem.

Als de probiotica níet in staat waren om binnen een maand de soortdiversiteit van de darm microbiota te verhogen, dan waren de kansen dat het kind alsnog eczeem ontwikkelde veel hoger. Het succes van de behandeling was dus al heel vroeg waar te nemen. Het op deze manier koppelen van specifieke karakteristieken van de bacteriën aan specifieke karakteristieken van de mens als gastheer zal mogelijk in de toekomst leiden tot gepersonificeerde therapie. Voor het heden zijn de probiotische bacteriën uit de PANDA studie in staat om de kans op eczeem te verminderen.

* Ecologic® Panda wordt momenteel op de markt gebracht als Orthica Orthiflor-Start

1 Afdeling Pediatrie, Wilhelmina Kinderziekenhuis, UMC Utrecht

2 Afdeling Heelkunde, UMC Utrecht

3 Laboratorium voor Medische Microbiologie en Immunologie, St. Antonius Ziekenhuis, Nieuwegein